Aantekeningen


Treffers 201 t/m 250 van 460

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ... 10» Volgende»

 #   Aantekeningen   Verbonden met 
201 Hendrikus vertrekt naar Makkum (zie algemeen register 160-352) en naar Franeker, omstreeks 1915?# Hendrikus vertrekt vanuit Dantumawoude en laat zich op 9 juni 1894 te Dongjum (gemeente Franekeradeel) inschrijven. Drie jaar later vertrekt hij dan om zich per 21 mei 1897 in Franeker te vestigen.
Hendrikus werd op 21 december 1892 goedgekeurd voor de militaire dienst. Bij de keuring bleek dat hij 1,749 meter, groot was, dat hij een ovaal gezicht had en dat hij blond haar, blauwe ogen en een smal voorhoofd had. Hij had een ovaal gezicht. Zijn mond en neus werden gekenmerkt als zijnde "ordinair", hetgeen destijds "gewoon" betekende. Verder waren er geen speciale uiterlijke kenmerken op te noemen. 
Hooghiemstra, Hendrikus (I293)
 
202 Hessel is geboren om 23.30 uur.  van der Kolk, Hessel Wijbes (I640)
 
203 Hessel is om 05.00 uur geboren. Langhout, Hessel (I654)
 
204 Hessel Jans noemt zich bij naamsaanname "De Jong". Jans, Hessel (I598)
 
205 Hessel Lolckes boerde op "Het Hooghiem" onder Wartena. Lolckes, Hessel (I84)
 
206 Hessel neemt de naam van der Kolk aan. (zie akte, bijlage 1). Hessel is in 1855 weduwnaar en woont dan tot zijn overlijden bij dochter Ydje in. Botes (VAN DER KOLK), Hessel (I70)
 
207 Hessel werd om 16.00 uur geboren. Boersma, Hessel (I796)
 
208 Hessel Wijtses is overleden door verstikking Wijtses, Hessel (I541)
 
209 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Hooghiemstra, Franciscus Theodorus (I733)
 
210 Het gezin is in januari 1951 geëmigreerd naar Australië. Zijlstra, Bernard (I1340)
 
211 Het gezin vertrekt volgens het bevolkingsregister te Joure per09-06-1884 naar Woudsend. Omdat Jacobus schipper was woonden Minke enJacobus op het schip. Laagland, Jacobus (I218)
 
212 Het gezin woonde in de Boterstraat op nr.2 te Joure, het pand waar laterde fam. T. Gorter woonde. Hooghiemstra, Bauke (I122)
 
213 Het gezin woonde in de jaren zestig aan de Bûtsingel te Joure Gezin F319
 
214 Het gezin woonde tot augustus 1964 te Joure in de Hobbe van Baerdtstraat op nr.37. De woning aan de Hobbe van Baerdtstraat (in 1933 nog "Simonsteeg") is in opdracht van Bruno en Wietske in 1933 gebouwd. Even na de oorlog was de hypotheek afbetaald. Bruno overleed een poosje later tengevolge van een hersentumor. Wietske bleef achter met negen kinderen. De oudste, Hijlke, was veertien jaar, de jongste, Jouke, was anderhalf jaar oud. Wietske heeft het destijds kunnen bolwerken omdat ze haar enige sociale zekerheid, ze had n.l. geen woonlasten meer, koesterde.  Hooghiemstra, Bruno (I21)
 
215 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F653
 
216 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F654
 
217 Het huwelijk is waarschijnlijk kinderloos gebleven. Gezin F1208
 
218 Het huwelijk van Popke en Anna is waarschijnlijk kinderloos gebleven. Nasporing in het geboorteregister heeft tot nu toe niets opgeleverd. Gezin F1001
 
219 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F389
 
220 Het was een drukke dag op het gemeentehuis te Joure. De gemeenteambtenaar moest op de trouwdag van Hijlke en Reinskje nog 10 huwelijken voltrekken. Ook de jongste zus van Reinskje, Antje, stapte deze dag, met Joeke Schepen, in het huwelijksbootje.  Gezin F4
 
221 Hijlke had reeds de woning in de Vissteeg gekocht voordat hij trouwde, met de bedoeling om hier met zijn ouders te gaan wonen. Hij kocht van Arjen B.de Jong, ook kastmaker, het perceel kadastraal bekend als Joure, sectie A, nr.2951 aan de Vissteeg. De akte werd gepasseerd op 8 december 1900. Het was een overeenkomst met hypotheek. Het pand werd gekocht voor f 1.100,-. Hijlke betaalde f400,- ineens en het resterende bedrag lost hij à f50,- per jaar af, tegen een rente van 4%, beginnende op 1 november 1901 (zie "Aankoop Vissteeg"). Hijlke en Reinskje woonden te Joure in de Vissteeg op nr.21. Hijlke woonde daar met Reinskje tot het overlijden van Reinskje. Na het overlijden van Reinskje woonde Hijlke in het Theresiahuis in Joure. In de laatste jaren van zijn leven dementeerde Hijlke. Hooghiemstra, Hijlke (I33)
 
222 Hinke Lucas Sinnema overleed in het Ritske Boelema Gasthuis. Sinnema, Hinke Lucas (I643)
 
223 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Hooghiemstra, Carolus Philippus (I736)
 
224 Hylkjen is niet gehuwd geweest. de Boer, Hylkjen (I3621)
 
225 Idzard en Neeltje hadden volgens het DTB te Leeuwarden waarschijnlijk een gemengd huwelijk #zie ook IDA DTB 431#. Kinderen volgens IDA. DTB 431 NH gedoopt Gezin F483
 
226 IJzak en Jantje werden op 20 mei 1905 uitgeschreven uit het bevolkingsregister van Baarderadeel en vertrokken toen vanuit Bozum naar Sneek. Ijzak staat dan vermeld in het bevolkingsregister als "spoorwegbeambte".  Gezin F38
 
227 In 1665 is ene Dirck Botes kuiper op de Lytse Buren. #Ik heb Dirck vanwege een vermoeden als kind geplaatst bij Bote Abes. Dit moet echter nog bewezen worden# Dirck Botes was gehuwd en is overleden voor 5 mei 1679. #Procl. Ida. 1672-1701, nr. 170a.#  Botes, Dirck (I167)
 
228 In 1824 is Johannes Bokkes 30 jaar oud en van beroep timmerman. De huurwaarde van zijn pand bedraagt f60,-- per jaar. Hij betaalt geen belastingbijdrage (LBN koh. 1824). Inwonende is wed. J. Henning. De huurwaarde voor haar is gesteld op f 175,--. Zij betaalt geen belastingbijdrage. Het adres te Leeuwarden waar zij wonen is F.002, een pand aan de Vleeschmarkt, nu deel uitmakend van de stille kant van de Nieuwestad te Leeuwarden en wel dat gedeelte wat gelegen is tussen de Bagijnesteeg en de Nieuwesteeg. Tegenwoordig maakt de Vleeschmarkt gewoon deel uit van de Nieuwestad.
Johannes overleed des avonds om 23.00 uur, aldus aangegeven door Johannes Henning, faakschipper?, voormalig schoonbroer, oud 43 jaar. 
Bokkes, Joannes (I1)
 
229 In 1912 bij aangifte van de geboorte van Johannes was Tjibbe van beroep arbeider. Hoogerhuis, Tjibbe (I2527)
 
230 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Hooghiemstra, Doeke (I245)
 
231 In Dantumawoude woonden Stephanus en Geeske op nr. H 2. Op 14 november 1947 lieten Geeske zich overschrijven naar Dokkum, Bronlaan E 161. Vanaf 13 juli 1959 is haar adres Birdaarderstraatweg nr. 25 te Dokkum. Hooghiemstra, Geeske (I301)
 
232 In de archieven staat vermeld dat de geboorteaangifte van Wybren pas op 14 oktober 1812 heeft plaats gevonden. Hoogerhuis, Wybren Lumes (I2547)
 
233 Tenminste nog één levende persoon is verbonden aan deze aantekening - detailgegevens worden niet weergegeven. Gezin F863
 
234 In de huwelijksakte van Johannes Tjerks wordt als woonplaats Rinsumageest opgegeven. Daags na de huwelijksvoltrekking wordt de geboorte van een dochter, genaamd Pierkje aangegeven bij het gemeentehuis te JOURE! De eerste keer dat de naam HOOGHIEMSTRA te Joure verschijnt. Johannes Tjerks laat zich op 20-12-1853 inschrijven in het bevolkingsregister te Joure.
Johannes Tjerks is jarenlang koetsier geweest bij de adellijke familie "Vegelin van Claerbergen" op het slot Herema State te Joure. Johannes Tjerks woonde toen aan de Groene Dijk nr.4 (zie bijlage ). Het pand was onderdeel van het voormalige koetshuis (zie onderstaande foto), nu onderdeel van de dependance van het gemeentehuis aan de Appelwyk.
Johannes Tjerks kocht op 24 januari 1863 voor f 575,- + f 2,- leges en een rente… 4% aan de Kakelsteeg te Joure het perceel kadastraal bekend destijds als sectie A nr.386 (bijlage 5). Aanvaarding voorkamer per 12 mei. De achterkamer wordt verhuurd à… f 0,50 cent per week, o.a. aan schoonzus Jantje. Johannes presteerde het destijds om achter de woning nog een paar koeien te stallen. Toen Johannes Tjerks het pand kocht was de Kakelsteeg een normale volksbuurt. In latere jaren verviel de Kakelsteeg tot achterbuurt. Volgens overlevering was dochter Pierkje geestelijk minder valide. Pierkje heeft altijd bij haar vader Johannes Tjerks gewoond en is er na de dood van haar vader in de Kakelsteeg blijven wonen. Na de dood van Johannes Tjerks werd Pierkje verzorgd door Johannes en Johanna, 2 ongehuwde kinderen van broer Tjerk.  
Hooghiemstra, Johannes Tjerks (I55)
 
235 In de overlijdensakte staat vermeld dat Aafke "winkeliersche"was op het moment van aangifte van haar overlijden. Bosma, Aafke Willems (I2748)
 
236 In de overlijdensakte staat vermeld dat Pieter van beroep "grofsmid" was. Rekers, Pieter Hendriks (I2973)
 
237 In de overlijdensakte stond vermeld dat Wybren tijdens zijn leven winkelier was. Hoogerhuis, Wybren Lumes (I2547)
 
238 In de overlijdensakte van Sybren staat dat hij tijdens zijn leven het beroep van "gardenier" uitoefende. Herrema, Sybren Harmens (I2577)
 
239 In een akte #Procl. Ida# van 07-07-1721 wordt Ate Wiebes als bakker vermeld. #Volgens de DTB-informatie was er een ATE Wiebes met ene Tjitske Tieerds getrouwd. Alhoewel aangenomen wordt dat Abe en Ate dezelfde personen waren heb ik het vermoeden dat dit weldegelijk twee verschillende personen zijn geweest, temeer omdat beide voornamen rechtstreeks in de familie voorkomen. Abe moet dan als oudste naar zijn vader genoemd zijn. Een jaar of een aantal jaren later zal dan Ate geboren zijn en is genoemd naar de oom van Wiebe Abes, n.l. naar Aete Botes.# Wiebes, Abe(Ate?) (I386)
 
240 In een akte van 24 mei 1610 wordt Wyts Abe dr. als weduwe van MeileBartels genoemd. Bartels, Meile (I856)
 
241 In een akte van 25-10-1617 #Ida. C2 blz. 55# worden Bote, Wyb en Wyts reeds vermeld. In een akte #IDA J3# van 06-04-1627 van een openbare verkoop wordt vermeld bij de vaste goederen: huijzinge te Warga bewoont door Bote Ates en Aet Abes dr. echtelieden, en Meile en Wijts Abes dr. Aan huijshuijr was schuldig 12.0.0 goudgulden. In een akte van 23-07-1655 #procl.Ida. 228d# wordt vermeld dat het huis verkocht is "begin Grote Buren met Bote Ates ten Noorden". Ates, Bote (I164)
 
242 In een brief van pastoor Johannes Wennekers aan de aartsbisschop staat het volgende vermeld (zie bijlage ):
"Monseigneur, een vrome ziel dezer parochie, Elisabeth Sybrens Zwart genaamd, wenst ons allerarmzaligst kerkje f 3000,-- te vermaken, zonder successievoorwaarden".
Verderop in het schrijven blijkt dat dit ongeveer 10% van de bouwsom was. De aanbesteding van de kerk vindt plaats op 18 februari 1860. Eind oktober 1862 is het schilderwerk gereed. De kerk is nog steeds, met de voormalige hervormde kerk, een boegbeeld van het dorp Warga. 
Sybrens (Zwart), Elisabeth (I82)
 
243 In een obligatieakte van 06-04-1710 wordt melding gemaakt van Bocke Abes en Ansk Gosses als echtelieden.
Bocke Abes staat als alleenstaande vermeld in het quotisatiecohier(belastingregister) van 1749. Dit quotisatiecohier werd afgerond op 17 februari 1749. Ansk Gosses is dus waarschijnlijk overleden vòò••r deze datum! 
Gosses, Ansk (I99)
 
244 In het bevolkingsregister van Baarderadeel (inventarisnummer 488, pagina 10/161) is het geboortejaar van Popke aangepast van 1866 naar 1867. Inventarisnummer 488, pagina 73/127 en 13/162 geven aan dat Popke op 30 augustus 1866 is geboren. Het overlijdensregister geeft aan dat Popke overleden is op 67-jarige leeftijd. Dit houdt dan in dat Popke in 1866 geboren moet zijn. de Boer, Popke Broers (I2231)
 
245 In het quotisatiekohier, opgenomen op 17 februari 1749, staat het volgende vermeld:
pag. 93 Abe Bokkes wed. arme weduwe.
Het gezin bestaat bij deze telling uit
4 personen boven de twaalf jaar, waarbij
Abe Bokkes wed. dan is meegeteld.
#Huwelijksdatum geverifiëerd met DTB 435#  
Gezin F12
 
246 In IDA 4-103, d.d. 7 mei 1613 staat vermeld: "Jelger Jetses en Rieme Rintjes, echtelieden te Leeuwarden, schuldig aan mijn moeder Ulck Wybes, weduwe Jetse Jelgers 50 gg"; De akte is mede ondertekend met het merk van Binnert Dirx "mijn zwager". Tevens staat vermeld: "Saep Jetses x Binnert Dirx 50 gg, schuldig aan Ulck Wybes, weduwe Jetse Jelgers, mijn moeder";
Douwe en Jelger Jetses verklaren 11 mei 1618?? dat Saep Jetses, weduwe wijlen Binnert Dirx, aan haar moeder de schuld heeft voldaan. (IDA 4-103 en 103v mei 1613) 
Jetses, Jelger (I1630)
 
247 In IDA 56-514a, jaar 1692, staat vermeld dat "De erfgenamen van Jucke Juckes en Sijts Wopkes, echtelieden, overleden te Wartena, verkopen huis en schuur c.a. te Wartena voor 135 cg, met Wybe Jetses ten Oosten en Jan Juckes weduwe ten Zuiden". Juckes, Jucke (I1637)
 
248 In IDA. inv.nr. 13-21, nr. 58, folio 27 is te vinden dat Lolcke Hessels in ieder geval vòò••r 17 januari 1729 is overleden.
Lolcke Hessels c.u. te Wartena kopen een huis bij hun zelf bewoond voor 440 cg van Pytter Ales c.s. (IDA 56-702b, 1697). Tevens verkopen Lolcke en Antie een huis met hiem staande op het eiland te Wartena voor 230 cgaan Albert Hieltjes en Fook Hessels te Warstiens (IDA 56-738a, 1699). 
Hessels, Lolcke (I497)
 
249 In juli 1849 vond een drama plaats in het gezin van Rinnert Jans. Binnen 5 dagen overleden zijn vrouw Korneliske Meintses op 33 jarige leeftijd en 3 van zijn 4 kinderen, slechts bijna 4, 6 en 7 jaar oud. Wat er gebeurd is heb ik nog niet kunnen achterhalen, maar mijn vermoeden gaat uit naar de cholera-epidemie die in de zomer van 1849 in geheel Nederland heerste. Bij een slechte hygiëne en vervuild drinkwater liep je destijds een groot risico.
Rinnert Jans was schipper en visser. Uit de rolboeken blijkt dat Rinnert Jans het wat minder nauw nam met de wet, hetgeen ook blijkt uit het feit dat hij een aantal keren gedaagd werd voor wat kleinere vergrijpen e.e.a in verband met de visserij.
Mocht iemand van de familie Brouwer dit lezen en nog iets weet uit overlevering, zodat mijn vermoedens weerlegd of bevestigd kunnen worden, dan zou ik dat op prijs stellen dat men met mij daarover contact opneemt. 
Brouwer, Rinnert Jans (I2900)
 
250 In verband met een reunie in 1982 van de nakomelingen van Bauke Hooghiemstra (geb. in 1836) is door Wouter B. F. Hooghiemstra (geb.14-09-1930) het volgende verhaal geschreven, hetgeen de sfeer van destijds zeer treffend weergeeft:

In gedachten gaan we terug naar ongeveer het jaar 1900.

Tijdens die jaren woonden in de Kleine Oosterstraat te Dokkum, Wouter Hooghiemstra en Janke Erich met hun kinderen Bouke, Barbara, Frans, Wouter en Tjerk. Wouter was afkomstig van de Hogedijken, even buiten de stad. Zijn vader (Bauke) was boerenarbeider bij de familie Ypma. Janke kwam uit Niawier, een dorpje 8 km ten noorden van Dokkum. Haar vader (Wouter Erich) was hier schoenmaker, klokluider en had nog vele andere baantjes. Deze familie Erich ging iedere zondag, over modderige wegen lopend, in Dokkum ter kerke. Wanneer ze halverwege waren, werd er uitgerust op een grote steen voor een boerderij aan de kant van de weg. De moeder van Janke heette Barbara Kienstra. Dit was een bijzonder lief en vroom mens. Op een donkere winteravond in het jaar 1900 was Bouke als kleine jongen van 6 jaar per postkoets op weg van Niawier naar Dokkum. Hij was erg bedroefd, want zijn "pake" uit Niawier was zojuist overleden. Wouter was meester-timmerman bij baas Erich aan de Westersingel. Winterdag moest er gewerkt worden van s'morgens 6 tot s'avonds 7 en in de zomer van s'morgens 5 tot s'avonds 8 uur. Alleen zaterdags werd er korter gewerkt, zodat men s'avonds tot 10 uur gelegenheid had om naar de barbier te gaan. Men was dan op zondag netjes. Het was echt een tijd van "Ora et Labora" of wel "bidt en werk". Er waren in die tijd veel R.K. feestdagen te vieren als zondag, zoals Maria Hemelvaart, Maria Lichtmis, Drie Koningen e.a. Er werd dan niet gewerkt, maar men verdiende dan ook niet. Vakantie bestond niet. Winterdag moest Wouter voor zijn werk meestal in een ijskoud huis de turfkachel aanmaken met houtjes en petroleum. Janke deed de huishouding en dreef daarnaast een kruidenierswinkeltje voor de omliggende buurt. Meestal werd er "op de pof" gekocht en één keer in de week werd er afgerekend. Dikwijls kwam het voor dat er dan te weinig geld was, wat weer de nodige problemen gaf. Het waren destijds veelal grote gezinnen in grote armoede en er was vaak drankmisbruik. Voor in het huis was dus het winkeltje, via een kleine gang kwam men in de huiskamer, waarin het hele gebeuren plaats vond, zoals eten koken, de grote was en alle huishoudelijke beslommeringen. Ook sliepen Wouter en Janke hier in een bedstee. De kinderen gingen via een ladder naar boven en sliepen daar op de zolder onder een zogenaamd "onbeschoten dak". Tussen de kieren van de dakpannen door zag je dan de blote hemel. Naast het huis liep een steeg, zodat men achterom kon. In deze steeg, aan de muur, had Bouke allemaal geraniums op planken staan. Aan de andere kant van genoemde steeg stond de Franse school. Daar weer naast stond de "normaal" school, waar zoon Wouter de opleiding voor onderwijzer volgde. Wanneer er in de zomer een droge periode was en de waterput daardoor leeg was, dan moest Wouter met twee emmers, hangend aan een juk over zijn nek, water halen bij de Bonifaciuspomp (10 minuten lopen). Bouke moest op elf jarige leeftijd van school af om het timmervak te leren. Na enkele jaren opleiding (zonder verdienste) werd hij gezel en verdiende één rijksdaalder per week. Wanneer hij deze rijksdaalder thuis afgaf, lag er op de schoorsteenmantel een meelkoekje voor hem klaar. Omstreeks 1910 begon Wouter Baukes een eigen timmermansbedrijf. Wanneer er in de winter weinig werk was waren ze enigszins blij als er iemand dood ging, dan konden ze weer een doodskist maken. Intussen was Bouke ook bij zijn vader in de zaak gekomen. Ze hadden veel timmerwerk bij de melkfabriek in Betterwird (even buiten Dokkum). Wouter Baukes bouwde o.a. de direktie-woning bij de zuivelfabriek te Betterwird. Wouter Baukes had op latere leeftijd het fietsen geleerd. Dit werd hem in 1916 (midden in de 1e wereldoorlog) noodlottig. Toen hij op weg was naar genoemde melkfabriek, moest hij paard en wagen passeren ter hoogte van de smederij aan de Streek, tussen Betterwird en Dokkum. Op het moment van passeren sloeg de smid op het aambeeld, waardoor het paard schrok en begon te steigeren. Wouter kwam op de fiets klem te zitten en viel op de grond waarna hij de wielen van de wagen over zich heen kreeg. Hij is toen zwaar gewond per stoomboot vervoerd ter opname in het Amelandhuis (of ook wel Bonifatiushuis), het ziekenhuis aan de Voorstreek in Leeuwarden, waar hij de volgende dag is overleden. Bouke stond toen voor de taak om zowel thuis als in de zaak zijn vader te vervangen, hetgeen hij voortreffelijk heeft gedaan. Ik hoop hiermee een beeld te hebben kunnen geven van onze ouders en grootouders.

Aldus Wouter Bonifacius Franciscus Hooghiemstra.  
Hooghiemstra, Wouter Baukes (I289)
 

      «Vorige 1 2 3 4 5 6 7 8 9 ... 10» Volgende»